We evalueren veel. Maar leren we ook vooruit?
Veiligheidsregio’s evalueren veel. En terecht. Na een incident kijken we wat goed ging, wat beter kon en welke lessen we daaruit trekken. Die evaluaties helpen om processen te verbeteren, afspraken aan te scherpen en de samenwerking te versterken. Bij een heel aantal veiligheidsregio’s heb ik wel eens het gesprek gevoerd over de vraag hoe het evaluatieproces nog verder verbeterd kan worden.
En daar is niks mis mee, maar evaluaties hebben ook een beperking. Ze leren ons vooral hoe we de vorige crisis beter hadden kunnen aanpakken. Terwijl de organisatie van morgen misschien iets heel anders nodig heeft.
De uitdagingen waar veiligheidsregio’s de komende jaren voor staan, ontstaan namelijk lang niet altijd door een incident. Denk aan vergrijzing, arbeidsmarktkrapte, digitalisering, klimaatverandering en netcongestie. Ontwikkelingen die zich geleidelijk voltrekken, maar wel grote invloed hebben op de manier waarop organisaties zijn ingericht.
Tijdens organisatievraagstukken merken we dat deze thema’s vaak minder aandacht krijgen dan de uitkomsten van een evaluatie. Begrijpelijk, want een incident vraagt direct om actie. Langzame ontwikkelingen voelen misschien wel minder urgent. Jammer, want het zijn juist die ontwikkelingen die steeds vaker bepalen welke eisen we aan de veiligheidsregio van de toekomst stellen.
Daarom begint organisatieontwikkeling wat ons betreft niet alleen met de vraag: “Wat hebben we geleerd?” Maar ook met de vraag: “Waar ontwikkelen onze opgaven zich naartoe?” De lessen van gisteren blijven daarbij zeker waardevol, maar zijn niet voldoende om de organisatie van morgen vorm te geven.